Antoine de postduif

Triest pikt Antoine een graantje terwijl hij het stof uit zijn veren schudt. 

'Wat een leven', denkt hij. Dag en nacht brengt hij door in de stoffige toren van het oude postkantoor in Gent. Zijn kameraden van weleer zijn allemaal vertrokken, alleen Antoine is gebleven. Deze plek herinnert hem aan de mooiste jaren uit zijn leven, toen hij als zoon van de gerenommeerde toppostduif Sylvain was opgegroeid in deze toren. Hij had de stiel geleerd van zijn vader en als één van de jongste postduiven was hij mee uit gevlogen om post te bedelen in alle uithoeken van het land. Zijn oriëntatiegevoel was buitengewoon en zijn krachtige vleugelslag had bewonderend gekoer ontlokt bij de andere postduiven. Antoine was een rijzende ster in het postduifteam van Gent, tot het tij plots keerde en er in het straatbeeld steeds meer postfietsen en -auto's opdoken. De postduiven verloren hun aanzien en de toren liep langzaam leeg. Uiteindelijk bleef Antoine alleen achter, zijn vakmanschap was waardeloos geworden. 

Ondertussen heeft hij begrepen dat kaarten en brieven niet meer van deze tijd zijn, dat mensen nu liever onzichtbare berichtjes naar elkaar sturen met hun hippe telefoons en computers die gereduceerd zijn tot zakformaat. Weemoedig denkt Antoine terug aan de verrukte gezichten van de ontvangers van zijn post vroeger, aan het bijzondere gevoel dat het de mensen bezorgde. 

'Die tijd komt niet meer terug,' zucht hij, en moedeloos zet hij zijn dag van staren en wachten verder.